Schrijf u in voor de nieuwsbrief

Schrijf u in voor de nieuwsbrief van FCA Press en blijf op de hoogte van het nieuws

12 mei 2020

“Alfa Romeo Storie” Vierde Aflevering: Alfa Romeo wordt de eerste constructeur die het Formule 1 kampioenschap wint

“Alfa Romeo Storie” Vierde Aflevering: Alfa Romeo wordt de eerste constructeur die het Formule 1 kampioenschap wint

 

  • De band tussen Alfa Romeo en de Formule 1 staat geschreven in de geschiedenis van de GP-racerij: Alfa Romeo won het eerste Grand Prix kampioenschap in de eerste editie van de ultieme categorie van de autosport in 1950, met Nino Farina aan boord van een Alfa Romeo Grand Prix Tipo 158 "Alfetta", een succes dat in 1951 werd herhaald door Juan Manuel Fangio in de Alfetta 159.

     

De duizendste race

13 mei is de verjaardag van de allereerste Formule 1 Grand Prix race ooit... het lanceren van een van de grote sportmythes van onze tijd. De lancering van dit evenement (in 1950 op Silverstone) werd door de Internationale Federatie in Shangai gevierd op 14 juli 2019 (ter gelegenheid van de duizendste race) en nu op 13 mei 2020, ter gelegenheid van de zeventigste verjaardag van de Formule 1.

Twee compleet verschillende tijdperken: in 1950 waren de crash-helmen nog facultatief, er was geen televisie en de toeschouwers stonden volledig te voet langs het racecircuit verspreid. Vandaag de dag is het Formule 1 "circus" een ultra-technologische wereldwijde industrie, die elk seizoen 400 miljoen televisiekijkers en webkijkers bereikt. 

Beide tijdperken hebben slechts twee zaken gemeen: de passie van het publiek en Alfa Romeo... die in 2018 samen met het Sauber-team terugkeert naar de Formule 1 en vanaf 2020 onder de naam Alfa Romeo Racing ORLEN zal meedoen. 

Alfo Romeo zou hetzelde niet zijn zonder de Formule 1. En misschien was de Formule 1 niet helemaal hetzelfde zonder Alfa Romeo.

De Alfetta 158

De Alfetta uit 1938 was een technologisch juweel. De 8-cilinder in lijnmotor met een ééntraps-compressor en een 'triple-body' carburateur werd ontwikkeld door Gioacchino Colombo, hoofd van de ontwerpafdeling, die vastbesloten was om hem krachtig te maken, klaar voor onmiddellijke acceleraties en uiterst betrouwbaar. De distributie werd aangedreven door een dubbele bovenliggende nokkenas. Door het gebruik van lichte legeringen (elektron voor het monoblok, nikkel-chroomstaal voor de krukas) kon het gewicht van de motor worden teruggebracht tot slechts 165 kilogram. De versnellingsbak werd achterin gemonteerd, in een blok met het differentieel. Dit was het beroemde "transaxle" schema, dat minder ruimte in beslag neemt en zorgt voor een optimale gewichtsverdeling tussen de twee assen: een oplossing die het merk later ook in de serie wegvoertuigen zal gebruiken.

De Tweede Wereldoorlog zorgde voor een breuk op het vlak van research, de verdere ontwikkeling van Alfa Romeo kwam tot stilstand: maar de technische oplossingen die het project voor ogen had, waren geavanceerd genoeg om nog steeds geldig te zijn in de naoorlogse periode... en, in sommige gevallen, tot op de dag van vandaag. 

De vlucht naar Abbiategrasso

Het verband tussen voor- en naoorlogse Alfa 158-modellen was niet alleen een kwestie van een soortgelijk ontwerp, er was ook een fysieke continuïteit: de naoorlogse modellen waren letterlijk dezelfde als de vooroorlogse modellen. Deze laatste werden tot het eind van de oorlog verborgen.

Stel je de scène voor: 1943, Milaan is bezet, de razzia's en arrestaties nemen met de dag toe. Een klein aantal Alfetta 158's is in de Portello- fabriek opgeslagen, maar dreigt als oorlogsbuit te worden meegesleept. Verschillende technici en arbeiders van Alfa Romeo besluiten dat ze moeten worden verwijderd. Ze beginnen met de clandestiene planning en de voorbereiding om ze in vrachtwagens mee te nemen. Diverse gepassioneerde Alfa-bewonderaars melden zich vrijwillig aan om er één te verbergen... waaronder de speedbootkampioen Achille Castoldi, die in 1940 een wereldsnelheidsrecord had gevestigd met een boot die was uitgerust met een Alfa Romeo 158-motor.

Maar er deed zich een probleem voor. Net toen het konvooi vrachtwagens op het punt stond te vertrekken, verscheen er een 'Wehrmacht' patrouille met hun wapens in de aanslag. Gelukkig was de Alfa-testrijder Pietro Bonini Zwitser en woonde hij al enkele jaren in Berlijn. Vol vertrouwen en in een perfect Duits zwaaide hij met een vrijgeleide vergunning en kalmeerde hij de commandant. De vrachtwagens konden vertrekken. De 158 modellen werden vervolgens in garages en boerderijen ondergebracht, om te worden verborgen achter valse muren of stapels houtblokken... en te wachten op betere tijden.

De lancering van de F1

Niet lang na het einde van de oorlog werden diezelfde Alfetta 158 modellen teruggebracht naar Portello waar ze met zorg werden gerestaureerd en klaargestoomd om ingezet te worden voor de racerij. En racen betekende winnen, ook al waren de circuits en kampioenschappen in een gefragmenteerde en voorlopige staat. Tussen 1947 en 1948 kwam Nino Farina als eerste uit de bus in de Gran Prix of the Nations in Genève, Varzi als eerste in de Grand Prix van Valentino in Turijn en Tossi verscheurde de competitie aan flarden om te zegevieren in de Gran Premio van Milaan. De boodschap was luid en duidelijk: Alfa Romeo was nog steeds de auto om te verslaan. 

De Britse Grand Prix op Silverstone in 1950 was de eerste van de acht races die het eerste FIA-wereldkampioenschap Formule 1 vormden. Landen die enkele jaren eerder met elkaar in oorlog waren geweest, werden verenigd in één enkel sportevenement: het was een historisch moment. En het werd een historische triomf voor Alfa Romeo. 

De eerste vier plaatsen op de startgrid werden bezet door vier Alfetta 158 modellen. Giuseppe "Nino" Farina veroverde de poleposition, de snelste ronde en de eindoverwinning. Als tweede kwam Luigi Fagioli, en als derde Reg Parnell. Het eerste F1-podium werd gemonopoliseerd door Alfa Romeo.

Het 3 F Team

De combinatie van opmerkelijke snelheid, rijeigenschappen en betrouwbaarheid van de 158 maakt het tot de ultieme prestatie van de autotechniek van het moment. Bij de eerste lancering in 1938 had hij een 1,5-liter motor met een 185 pk sterke compressor. Voor de tweede lancering, na de oorlog, werd de compressor tweetraps en bereikte de motor 275 pk... en in 1950 had hij 350 pk bereikt (bij 8.600 tpm). Dankzij zijn extreme lichtheid was de verhouding tussen gewicht en vermogen slechts 2 kg/PK... een waarde die overeenkomt met de huidige supersportauto's. 

Technische superioriteit leverde overwinningen op. Voor de pers werden Farina, Fangio en Fagioli het "3 F team", een onverslaanbaar trio dat alle rivalen wist te verslaan. De drie Alfa Romeo sterren wonnen alle Grand Prix-races waaraan ze deelnamen, eindigden twaalf keer op het podium en behaalden de vijf snelste ronden. Zoals Giuseppe Busso, Alfa Romeo-ontwerper en medewerker van Colombo, het later verwoordde: "Ons grootste probleem was om te beslissen welke van de drie coureurs een bepaalde race zou winnen". 

Op 3 september 1950 probeerde Alfa Romeo voor de Grand Prix van Monza de technische middelen van de Alfetta 159 uit, die eigenlijk waren ontwikkeld voor gebruik in het kampioenschap van het volgende jaar. De nieuwe Alfetta maakte zijn debuut met een overwinning. Aan het stuur zat Nino Farina... die daarmee de allereerste Formule 1 wereldkampioen werd.

De Alfetta 159

Het jaar daarop werd het kampioenschap pas in de laatste race, aan het einde van een lang duel tussen Alfo Romeo en Ferrari, beslist. Na 17 jaar bereikte de fenomenale Alfetta-motor het einde van zijn potentieel voor verdere ontwikkeling... maar tijdens de races van 1951 slaagden de technici er opnieuw in om de laatste druppels extra vermogen uit te wringen en de mijlpaal van 450 pk te bereiken. Dankzij deze laatste inspanning, en dankzij zijn buitengewoon getalenteerde coureurs, triomfeerden de 159 in de GP's van Zwitserland, België, Frankrijk en Spanje, met elf podiumplaatsen en de snelste ronde in alle zeven de races

De "3 F's" en hun overwinningen werden mythisch, en eindigden door Alfa Romeo naar het witte doek te dragen. De twee machtigste Italiaanse producenten van die tijd (Dino De Laurentis en Carlo Ponti) kozen de grootste sterren van het moment (Amedeo Nazzari en een prachtige Alida Valli) voor de hoofdrollen in "Ultimo Incontro" (Engelse versie, "Last Meeting"), een film die zich afspeelt op Formule 1-races en in de kantoren van het Alfa Romeo Racing Team. De schrijver Alberto Moravia werkte mee aan het script. 

De film werd uitgebracht op 24 oktober 1951, en vier dagen later won Juan Manuel Fangio - die de legendarische Alfetta 159 bestuurde - de Spaanse Grand Prix en werd daarmee wereldkampioen. De tweede opeenvolgende overwinning. Alfa Romeo had de eerste twee wereldkampioenschappen van de Formule 1 in de geschiedenis gewonnen... op dat moment kon het merk zich onverslagen uit de Formule 1 terugtrekken en zich in plaats daarvan toeleggen op de productie van onovertroffen mooie personen- en sportwagens. 

 

Brussel, 12 mei 2020

Andere inhoud

Schrijf u in voor de nieuwsbrief.

SCHRIJF U NU IN