Schrijf u in voor de nieuwsbrief

Schrijf u in voor de nieuwsbrief van FCA Press en blijf op de hoogte van het nieuws

22 okt. 2020

‘Zeepaardjes’: de motorbootproductie van Alfa Romeo tentoongesteld

‘Zeepaardjes’: de motorbootproductie van  Alfa Romeo tentoongesteld

 

  • In het jaar dat Alfa Romeo zijn 110e verjaardag viert, vertelt een tentoonstelling in het museum van Arese het verhaal van een minder bekend, maar uiterst succesvol hoofdstuk uit de geschiedenis van het merk. 
  • In de schijnwerpers staan zeer zeldzame boten aangedreven door Alfa Romeo-motoren, die tientallen wereldwijde, Europese en Italiaanse titels hebben gewonnen en diverse wereldrecords hebben verbroken.
  • Zo worden de racemotorboot Arno II en de motor die hem voortstuwde voor het eerst samen tentoongesteld: voordat hij het eerste Formule 1-kampioenschap in de geschiedenis op zijn naam schreef, had de motor uit de Tipo 158 Alfetta al verscheidene wereldtitels op het water veroverd. Na het Formule 1-avontuur won hij trouwens nog meer titels in powerboats.
  • Niet alleen racen: van pleziervaarten tot Venetiaanse boten en de explosieven-punters die tijdens de Tweede Wereldoorlog werden gebruikt: de tentoonstelling biedt een compleet overzicht dat het veelzijdige karakter van de motoren van Il Biscione benadrukt.

 

Vijf wereldtitels, de eerste twee Formule 1-kampioenschappen in de geschiedenis, elf Mille Miglia’s, tien Targa Florio’s, honderden andere zeges in de Sport- en Toerismecategorieën... 
De sportieve geschiedenis van Alfa Romeo op de weg en op het circuit is algemeen bekend. 
Veel minder bekend is een andere bladzijde in deze geschiedenis, die geheel op het water werd geschreven. De technologieën en innovaties die Alfa Romeo ontwikkelde, werden namelijk ook in bootraces gebruikt, een sport die even sensationeel is als autoracen en die heel wat publiek lokt. Van de jaren 1920 tot 1980 was Alfa Romeo ook op dit gebied een van de absolute protagonisten. De vliegtuig- en automotoren werden aangepast voor gebruik in de scheepvaart en dreven zowel productie- als raceboten aan. Ze zijn niet alleen afgeleid van de legendarische Alfetta’s tijdens en na hun carrière in de autowereld, maar ook van de Giulietta, Giulia GTA, Montreal, 2600 en andere. Alfa Romeo won op het water bijna evenveel titels als op het circuit en de weg, en schreef diverse records, wereldtitels en Europese en Italiaanse titels op zijn naam. 

In het jaar dat het merk zijn 110e verjaardag viert, brengt het Alfa Romeo Museum in Arese hulde aan dat minder bekende hoofdstuk uit de geschiedenis van het merk, met de tentoonstelling ‘Cavalli Marini’ (‘Zeepaardjes’), een citaat uit een artikel dat in 1973 werd gepubliceerd in het tijdschrift ‘Quadrifoglio’. De tentoonstelling, die toegankelijk is van 
17 oktober 2020 tot 21 februari 2021, is een buitengewone kans om het ‘andere leven’ van de motoren van de Biscione te ontdekken, van wedstrijden tot openbaar vervoer en van militaire voertuigen tot de motortrawlers die na de Tweede Wereldoorlog werden gebruikt om de bedrijfskantines te bevoorraden.

Records en meer

Alfa Romeo, dat van oudsher onlosmakelijk is verbonden met de racerij, kan een rijke lijst van verwezenlijkingen voorleggen, ook in de wereld van de raceboten. Negen van de tien tentoongestelde boten (de tiende is een plezierboot) zijn samen goed voor maar liefst elf wereldrecords, zes wereldtitels, zeven Europese titels en negen Italiaanse titels, alsook vijf gouden Coni-medailles. De tentoonstelling traceert de geschiedenis van alle motortypes die de boventoon voerden in de motorsport: van de legendarische Alfetta, over de verschillende afgeleiden van de dubbele as, tot de Montreal en de Tipo 33. 

De ‘drie levens’ van de Alfetta

De motoren van de raceboten, die waren aangepast voor maritiem gebruik, werden vaak uitsluitend voor tijdelijk gebruik geleverd en werden rechtstreeks door de raceafdeling van 
Alfa Romeo beheerd op de raceterreinen. Dat was onder meer het geval bij de Alfetta-motoren. De tentoonstelling is dan ook het toneel voor een historische comeback: de ontmoeting tussen de Arno II – een gestroomlijnde boot met enkele romp, die in 1946 door de scheepswerven van Picchiotti in Viareggio werd gebouwd en zeventig jaar later speciaal voor deze tentoonstelling werd gerestaureerd – en de motor die hem destijds aandreef, oorspronkelijk ontworpen voor de Alfetta 158. Toen Alfa Romeo in 1950 zijn eerste Formule 1-zege behaalde, had het met dezelfde motor en met Achille Castoldi als piloot al drie wereldkampioenschappen op het water gewonnen, een Italiaanse titel veroverd, het wereldsnelheidsrecord verbroken en nog veel meer.
Diezelfde Castoldi had in 1938 het exclusieve recht gekregen om de 158-motor voor motorbootraces te gebruiken. En in 1943 was hij degene die enkele Alfetta’s beschutte tegen de bombardementen en vernielingen van de oorlog door ze te verbergen op zijn boerderij in Abbategrasso. 
De Arno II werd zelfs bestuurd door Achille Varzi, die in 1948 het podium van de Luino Cup wist te bestijgen. Eind 1949, toen de revolutionaire ‘drie punten’ werden geïntroduceerd, werd de Arno II zonder motor op rust gesteld, en nooit meer gebruikt. De motor ging echter niet met pensioen: in zijn wegversie won hij de eerste twee titels in de geschiedenis van de Formule 1, in 1950 met Nino Farina en vervolgens in 1951 met Juan Manuel Fangio. 
Toen Alfa Romeo zich een jaar later terugtrok uit de F1, stond de Alfetta-motor een nieuw, bijzonder avontuur te wachten. De Laura 1°, Moschettiere, Tamiri en Laura 3° – laatstgenoemde zelfs aangedreven door twee serieel geconnecteerde Alfetta-motoren – schreven memorabele pagina’s in de sportgeschiedenis, en hielpen grote namen als Mario Verga, Ezio Selva en Castoldi zelf zowel aan racezeges als aan snelheidsrecords.

Parade van wereldkampioenen 

De tentoonstelling omvat ook andere boten met een indrukwekkende staat van dienst: de Loustic 2 bijvoorbeeld, een raceboot met binnenboordmotor uit de LV-1300-klasse, gebouwd door de scheepswerf van Celli in Venetië en aangedreven door de 1.300 cm³-motor van de Giulietta AR530. In 1964 won hij drie wereldtitels in zijn klasse, op de 5, 10 en 15 mijl.
En dan is er nog de Molinari-Alfa Romeo 2500, het enige bestaande voertuig in zijn soort dat in 1966 de wereldtitel veroverde. Het koetswerk, dat werd gebouwd voor de motorbootpiloot van het Agusta Fortunato Libanori-team, is gemaakt in een aluminiumlegering uit de luchtvaartsector, geproduceerd door Agusta Helicopters. Als eerbetoon aan de samenwerking met deze sector pronkt de staart met de kleuren van de lijnvliegtuigen van Alitalia.
En dan is er nog de romp ‘Dalla Pietà - Alfa Romeo’, die tussen 1968 en 1970 drie Europese en twee Italiaanse titels won in de sportcategorie European Runabouts / Inboard. Hij werd gebouwd voor Luigi Raineri, een befaamde tuner van Alfa Romeo-racebootmotoren.
Eveneens te zien is de ‘Molivio - Alfa Romeo GTA’, bestuurd door Leopoldo Casanova, piloot en recordhouder bij de boten met binnenboordmotoren van Alfa Romeo Autodelta: tussen 1968 en 1972 won hij één Europese en vier Italiaanse titels en verbrak hij tot vier keer toe het wereldsnelheidsrecord in drie verschillende klassen. 
De ‘Celli’ uit 1970 is de eerste van vier 2500-raceboten, aangedreven door de Montreal-Autodelta-bootmotor. Hij werd bestuurd door Antonio Pietrobelli, een befaamde piloot die meer dan tien jaar lang de Italiaanse, Europese en wereldwijde titels in circuitraces aan elkaar reeg. 
De reeks raceboten wordt vervolledigd door een racer die door de scheepswerven van Lucini in Como werd gebouwd voor Franco Cantando, winnaar van het R3-wereldrecord in 1974 en wereldkampioen het jaar daarop. En tot slot is er de ‘Popoli-Alfa Romeo’ uit de Alfa Romeo Museum Collection. Met deze romp en een Type 33-motor, die door Autodelta naar tweeënhalve liter was gebracht, vestigde Leopoldo Casanova het wereldsnelheidsrecord in de KC-klasse van 500 kg, dat tot op heden ongeslagen blijft, met een gemiddelde snelheid van 225,145 km/u.

Van ‘explosieven-punters’ tot Venetiaanse boten en plezierboten

De geschiedenis die Alfa Romeo op het water schreef, bestaat niet alleen uit races en records, maar omvat nog veel meer. De ‘Glauco’, een uiterst zeldzame traditionele plezierboot met enkele romp van Vidoli di Stresa uit 1932, die uitzonderlijk wordt aangedreven door een al even zeldzame 6C 1750-motor, bewijst zo dat de motoren van de Biscione ook in de toeristische sector werden gebruikt. Het was de typische plezierboot voor de rijke families van toen en komt uit de collectie van het Lariana Boat Museum.
De zeges, de uitdagingen, maar ook de geschiedenis van de Venetiaanse vaporetti, aangedreven door Alfa Romeo, of van de beruchte ‘explosieven-punters’ die tijdens de Tweede Wereldoorlog werden gebruikt, worden in de tentoonstelling verteld aan de hand van unieke maquettes, historische beelden en een rijke verzameling voorwerpen en documenten.

De tentoonstelling werd mogelijk gemaakt dankzij de gulle bijdragen van enkele van de belangrijkste internationale collecties en het Museo Barca Lariana (Lake Como International Museum of Vintage Boats), en wordt gesponsord door de Federazione Italiana Motonautica-Coni. Ze is te bezoeken tijdens de openingsdagen en -uren van het museum (zaterdag en zondag van 10 uur tot 18 uur). De kostprijs is inbegrepen in het toegangsticket.

 

Brussel, 22 oktober 2020

Andere inhoud

Schrijf u in voor de nieuwsbrief.

SCHRIJF U NU IN